↑ Return to Reisverslagen

2009 Winter WEISS

2009 Winter Weiss

Foto’s Winter Weiss 2009

Reisverslag

Winter WEISS _83Na, voor mijn gevoel, lang wachten, was het dan eindelijk tijd om terug te keren naar het Zweedse landschap met bomen, sneeuw en met ijs bedekte meren voor een (sub) arctische Winter Survival training met daarna nog enkele dagen onbekommerd plezier in het winterse wonderland.

Op vrijdag 6 maart vertrok ik om 02:45 (ja in de ochtend/nacht!) naar een winderig perron 4 op Den Haag Hollands Spoor om vervolgens per trein naar Schiphol te reizen. Niet de prettigste tijden maar ja, ik geef liever 150 euro uit voor een ticket, dan het dubbele.

Na een treinreis zonder noemenswaardigheden, heb ik tijd zat om mijn meegebrachte achterstallig leesvoer te verwerken. Voor € 7,50 laat ik mijn rugzak in het plastic wikkelen en met enige vertraging vertrek ik naar Munchen. Aldaar brengt een prive chauffeur me naar het reeds klaar staande vliegtuig voor de verbinding naar Goteborg.

De eerder opgelopen vertraging wordt met Duitse grundlichkeit ingehaald en ik ben om 11:40 op het Landvetter Airport in Goteborg.

Zweden, behalve mooie vrouwen, is ook gezegend met een goed openbaar vervoer dat mij vlekkeloos naar Jonkoping brengt waar ik wordt opgehaald door een goede vriend van mij; Johan Forsberg (Nordic Bushcraft).

Een baardig weerzien en met wat winkelen in de System Bolaget van de stad, gaan we met genoeg alchol naar zijn huis. We praten bij over diverse bushcraft/survival/wilderness living skills zaken en halen in de avond Dee op. Op gepaste wijze worden we lichtelijk beschonken en ik val heerlijk in slaap.

De volgende ochtend worden we, voor vertrek getrakteerd op een traditioneel ontbijt. Iets met gebakken spek, lingon bessen en eeh… ik denk dat een pastei de juiste benaming is. Krachtvoer zullen we maar zeggen.

In de auto vertrekken we noordwaarts. Via een legerdump waar snel nog het een en ander wordt aangeschaft en we nog veel meer laten staan. Goede winterwanten inclusief echte wollen binnenwanten kosten met iets van een tientje, dat hoef je in Outdoor-Nederland niet te proberen.

Omdat het toch een eindje rijden is, hebben we, op uitnodiging, een koffie break bij Peter. Peter is een van de andere nieuwe vrienden uit de Zomer Weiss cursus en ook daar praten we weer gezellig bij onder het genot van een bakkie en een broodje.

Terwijl Dee en ik ons verheugen op sneeuw- en ijspret, verandert Johan (F.) langzaam in zijn instructeursrol en maakt zich vooral zorgen of er genoeg sneeuw en ijs zal zijn om de grillen van een groepsproces op te vangen.

Na een laatste avond maal genuttigd te hebben bij de Italiaan in Arjang komen we aan bij Preben’s Nordmarkens Kanot Center.

Hier zien we ook Gary weer (Bearclaw Bushcraft) en na voorzien te zijn van twee slaapzakken, een slaapmatje en rendiervel, lopen Dee en ik naar de Dano waar Andy en Lee al aanwezig zijn.

Een Dano is een vergrote houten Baker tent annex blokhutje. In het donker bij het vuur zie ik Boomer (Andy) al staan. Terwijl ik hem hartelijk begroet, maken we ook kennis met Lee.
We installeren ons in de Dano no.2 die nu door vier personen gevuld is. Dit dappere viertal maakt zondag ochtend een kleine wandeling in de witte omgeving die ons verbaast, met vreugde vult en een oer goed gevoel geeft.

Tijdens die wandeling komt bij mij de drang naar boven om wat verteerd voedsel achter te laten op een geschikte plek. En uiteraard om dan ipv toilet papier hier wat sneeuwballen voor te gebruiken. Dat is best frips aan den bips zal ik maar zeggen. Een ervaring en schone billetjes later vervoeg ik mij weer bij de rest van de groep. Kleine tip: maak van te voren meer sneeuwballen klaar dan je verwacht nodig te hebben. Ik was blij dat ik dat in elk geval had gedaan!

Die zondag ochtend maken we ook kennis met John en Alec en is ook Dan weer van de partij. Later komt ook Peter, de Super Swede, aan met de auto en lijkt het wel een reunie van de Zomer Weiss.

In de middag beginnen de eerste theorie sessies. Aan de sessie zit Praktijk Project no.1: IJspriemen. Om je uit het water te halen als je door het ijs heen gaat.

Ieder krijgt twee grote spijkers en er is een bolletje touw. Preben is erg zorgzaam voor zijn gebied en wijst ons waar we gebruik kunnen maken van net gerooide wilgentakken.
Dit om te voorkomen dat het bos op zijn land wordt uitgedund door een stelletje maniakken met een missie.

Tijdens de theoriesessies wordt duidelijk dat, net als bij grotduiken, er bij arctische omstandigheden gewoon geen ruimte is voor fouten. Je handschoen verloren? Je hand bevroren, je leven verloren?

Zo worden we meer voorgelicht over kleding, slaapzakken, kamp setup e.d. in winterse omstandigheden. Alhoewel we ons in een subarctisch gebied bevinden, waar de natte kou (tot -20 noemen ze dat) het ons moeilijker maakt dan een gestadige -25 bijvoorbeeld, trainen we met volle overtuiging voor bijvoorbeeld een expeditie naar Groenland.

We slapen die maandagnacht in een Zweedse legertent waarvan elke omschrijving om hem op te zetten ontbreekt en het maar de vraag is of we elk onderdeel hebben. Als grond isolatie mochten we enkele toegewezen sparrebomen kappen en de takken als extra matras gebruiken.

Na ook als team die klusje succesvol geklaard te hebben, deelt Dan iedereen in volgens een “vuurwacht-rooster”. Iedereen is 1 uur verantwoordelijk om de houtkachel in de tent normaal aan te houden. Dus we moeten niet verbranden of verkleumen binnenin. Als de wijzers van een klok zijn de slaapplaatsen gelijk aan de begintijd van de wacht. Mijn wacht gaat in om 23.00 en de kachel heeft het nodige, relatief dunne hout nodig om aan te blijven. Fijner kloven en “feathersticks” maken, houden me voor 50 minuten bezig zodat mijn wacht eigenlijk voorbij vliegt. Ik maak wat extra om het begin van de wacht van Dan te vergemakkelijken en val al spoedig weer in slaap. Ik weet niet of Dan ooit het hout dat ik rechtop in een schoen heb heeft ontdekt.

Kim, een van Preben’s zoons, gaat wat dinsdags dieper in, zowel qua theorie als praktijk op “Wilderness First Aid”. Hij is al jaren lid van het berg reddingsteam en brengt een hoop praktische kennis mee.

We krijgen een oefening waarbij we een slachtoffer moeten lokaliseren en zo compleet mogelijk behandelen.

Alec en ik trekken als spoedverzorgers erop uit om Dee, ons vrijwillige slachtoffer te lokaliseren. Dan coordineert de rest van de reddingsactie die achter ons aan komt.

We vertrekken naar het pad waar we weten dat ze voor het laatst daar in de buurt is gezien. Vandaar beginnen we een zoek patroon. Enige tijd later horen we ook Dan en de versterking arriveren. Alec en ik blijven ons patroon afwerken terwijl Dan met de rest van de groep de andere kant afzoekt.

Ze is gevonden! We keren terug naar de groep om verdere assistentie te verlenen. Ongeveer honder meter buiten het bereik van ons oorspronkelijke zoekpatroon en een meter of 50 heuvel opwaarts ligt ze dan. Iets met haar knie.

Terwijl over de radio contact wordt gehouden met de Medische Spoedhulp, behandelen we als groep, zonder al te veel in lachen uit te barsten mevrouw Halahan.
Mmm een spalk gaat het vervoeren in de weg zitten, bescherming tegen de buiten temperatuur was onder controle. Inmiddels was de quad met een “patienten pulk” over het meer aan komen scheuren. Met vereende krachten brengen we de pulk naar Dee en frotten we haar in de pulk.

Met moeite weerstaan we de kans om die pulk met een pleuris zet van de heuvel af te laten glijden en zo met een noodgang vlak naast het klaarstaande bergreddingsteam af te leveren.

Uiteindelijk hebben we de klus in 28 minuten geklaard en leren we e.e.a. meer over communicatie met de overige partijen, prioriteiten qua slachtofferhulp.

Alhoewel we onze tweede projectopdracht hebben gekregen en zijn ingedeeld in buddy teams (John+Alec, Dan+Peter, Boomer+Lee, Johan+Dee) is nog niemand begonnen aan de Roycroft snowshoe die vrijdag af moet zijn.

We verzamelen alle sparretakken, ruimen de legertent op en vertrekken naar een nieuwe kampplek nadat we Preben helpen wat doodstaand Dennehout te kappen en klaar te maken als brandhout voor die avond.

Nou hoop ik dat mijn geheugen mij niet in de steek laat als ik schrijf dat we op dinsdag ochtend ook moesten verzamelen bij “het strandje aan het meer” (de ijsvlakte met een water haal gat).

Ieder afzonderlijk diende een klein vuur OP DE SNEEUW voor te bereiden en indien hij of zij dacht dit in orde te hebben, zonder aansteker of lucifer, aan te steken. Wij allen kozen voor de firesteel. Alleen mochten we onze tondelzakken niet gebruiken. Deel van het scenario: je bent door het ijs gegaan en je tondel is drijfnat net als je aansteker/lucifers.

Ja en we wisten dat we niet zomaar een berk van zijn jasje mochten ontdoen. Dit zou je natuurlijk in een echte situatie wel doen maar Preben zorgt goed voor zijn “tuin” en het dwong ons tot meer hersen- en lichaamsactiviteit.

Uiteindelijk slagen Boomer en ik als eerste erin om een substantieel vuurtje te maken en we verdienen dan ook een prijs. Helaas bestond die prijs dat we, totdat Gary of Preben een teken gaf onze handen in het water moesten houden en nogmaals een substantieel vuurtje konden maken. Het enige voordeel was dat we het vuurtje wel redelijk konden voorbereiden.

Vriendschappelijk staan we met elkaar te praten om de aandacht van het koude water af te leiden. Alleen na zo’n 5 minuten met je handen in dat ijswater gezeten te hebben, heb je niet zoveel controle meer over je handen.

Bediening van de firesteel is dan ook niet echt gemakkelijk. Ik slaag er weliswaar in om als eerste vlammen te creeeren maar het duurt te lang voordat zich dit vertaalt in een substantieel vuurtje. Andy (Boomer) is me dan ook net voor. Gelukkig weet ook ik, enige ogenblikken later het vuurtje aan te krijgen en houden.

In twee groepen van vier slapen we die avond in tegenover elkaar opgestelde “Baker” tenten met een long log fire in het midden. Een lantaarn/fakkel en een half ingezaagde stronk als fornuis geven het kamp een extra cachet. De dennetakken zijn niet zorgvuldig geplaatst en ik lig die nacht dan ook lang niet zo comfortabel. Dat gebruik ik dan ook maar als excuus om wat dichter tegen Dee aan te kruipen als de temperatuur wat zakt gedurende de nacht.

Woensdag ochtend krijgen we te horen dat we per buddy team met de pulk (slee) voor de rest van de week op pad gaan. Dee en ik besluiten eerst om onze voedsel voorraad eens kritisch te bekijken. We maken een schema met twee maaltijden als reserve en alles wat we overhebben laten we achter.

Veel te veel voedsel, zowel in de gemeenschappelijke doos als de buddy team voorraad. Gelukkig was Dee enkele malen bereid om een groepsmaaltijd klaar te maken zodat we de middelen die we hadden met z’n achten zo efficient en effectief mogelijk konden benutten.

Jammer dat niet alle groepsleden door hadden dat het natuurlijk niet automatisch was dat Dee als groepskok optrad en enkele initiatieven achterbleven.
Nadat we ook dit kampement weer hadden opgebroken en zo veel mogelijk in natuurlijke staat hadden achter gelaten, dienden we ons te vervoegen, bepakt en bezakt met pulk bij Gary.

Hij leidde ons naar de volgende test alvorens we aan de wandeling over het ijs konden beginnen.
Preben gaf wat uitleg over het werpen van een touw naar iemand die door het ijs was gezakt.

Kim stond inmiddels klaar om Johan (F.) aangelijnd en wel in het wak te laten stappen. Dit om te simuleren hoe het zou (kunnen) zijn als je echt door het ijs gaat en uiteraard hoe je er weer uit klautert, met je zelf gemaakte ijspriemen.

Preben en Jimmy hadden inmiddels een vuurtje gestookt waaraan we ons konden warmen en waarbij we ons om konden kleden. Na de demo steeg uiteraard de spanning wel wat en, hoe vreemd het ook klinkt, stonden we bijna te trappelen van ongeduld om het ijskoude water in te mogen gaan.

Met mijn Go-Go-Gadget arms was ik er heel rap weer uit. Na omgekleed en opgewarmd te zijn vertrokken we naar, wat de Zomer Weiss groep had gedoopt; Craggy Island.
Daar worden we in twee groepen van vier gesplitst met de opdracht binnen bepaalde afstanden onafhankelijk van elkaar een kamp in te richten.

Wij kregen als opdracht een debris hut te bouwen, onder andere met hulp van de netjes afgeleverde dennetakken en de palen die we in de afgelopen zomer daar boven op die heuveltop hadden gerooid.

Terwijl we eerst in het zonnetje, op het ijs genieten van onze lunch praten we gezellig verder en verdiepen we ons in hoe we het kamp gaan inrichten.
Dan en ik gaan de heuveltop op om het bouwhout naar beneden te brengen. Dit was wederom zowel om de achtertuin te sparen als te simuleren dat het je flinkt wat energie kost als je e.e.a. vers zou gaan omhakken.

Peter begint met de voorlopige bouw van het kamp samen met Dee en behalve de initiele constructie wordt er ook een berg brandhout verzameld.

Iedereen in ons team kwijt zich van zijn/haar taak zonder veel overleg omdat we weten wat ons te doen staat. Zo hak ik bijvoorbeeld met de bijl een taps toelopend vierkant in het ruim 30 cm dikke ijs, vul alle watercontainers die we hebben terwijl de rest zich bezig houdt met de constructie, het vuur etc.

Om eens een understatement te gebruiken: Peter is nogal bekwaam met de bijl en zorgt dan ook in no time voor niet alleen voldoende brandhout maar ook in de juiste grootte en splijt, met houten wiggen, eventjes een stammetje. Zo dan kunnen we die avond wederom van een long log fire genieten.

Op anderhalve meter van ons kamp was namelijk net een fikse denneboom gesneuveld. Dus niet omgekapt, besneeuwt, bevroren of vol met water, nee een mooi stukje droog, dood hout, vol met dennehars. De zaag en bijl werden dan ook ten volle benut.
Na een superdag, avond en nacht te hebben gehad, gaan we donderdag ochtend ijs vissen.

Om kort te zijn, best een leuke en nuttige ervaring maar niet mijn ding. Je boort een gat, gooit je hengel er in en als je na een minuut of twee nog niets hebt loop je wat verder, boort een nieuw gat omdat je gewoon op de verkeerde plek zit. En zo gaat dat door….
We vissen op “perch” (sorry moet nog even de juiste Nederlandse naam erbij zoeken) en later op pike (snoek dus). Er worden geen snoeken gevangen en in het totaal verlaten 12 perches het water om als maaltijd te dienen.

Tussen het ijsvissen door verklaart Preben a) dat er sneeuw op komst is, b) waar het vandaan komt, c) hoelaat het er ongeveer zal zijn en d) hoe hij dit weet.

Hoe dan, hoe dan, hoe dan…. tsja heeft onder andere te maken met een lucht laag tussen twee wolkendekken, de windsnelheid en de richting waarin het lage luchtdruk gebied zich voortzet. Heb je op het noordelijk halfrond de wind in de rug, dan komt het van links….Laag – Links… Hoog is dus rechts maar dat is een onzin ezelsbruggetje.

Na het ijsvissen dienen we ons kamp af te breken en ons bepakt en met volle pulk te melden bij de Dano waar Johan (F.) en Gary overnachten.

Met onze daypacks om melden we ons en worden de buddy teams door elkaar gehusseld om zo een ieder zijn grenzen te laten verleggen en meer te leren.

Andy en ik kijken elkaar verbaasd aan als wij bij elkaar worden ingedeeld. Mazzeltje denken we allebei. Dan+John, Peter+Lee en Dee+Alec vormen de andere teams.

Onze opdracht is simpel. De compleet ingepakte pulk is net door het ijs gezakt. Je dient als (nieuw) buddy paar je overlevings situatie te behandelen.
Warm – Dry – Fed / Watered en uiteraard RESCUED met datgene wat standaard in je dagrugzakje zit. Een tabaksblikje met je survival setje is NET iets te weinig.

Het enige dat we verder mogen gebruiken, zijn de dennetakken. En doodspul uiteraard.
Boomer en ik splitsen ons op om zo ieder een deel van het gebied te verkennen voor een geschikte overnachtingsplek. Zo sparen we tijd en blijven we positief bezig.

Nadat we van drie mogelijkheden er 1 kiezen, gaan we met een vooropgezet plan aan de slag. Beschutting, Brandstof waren prioriteit nummero uno.

Terwijl Boomer hout verzamelt, begin ik met het onderkomen en gebruik mijn poncho/tarp en wat flexibel dood hout voor een wind en sneeuw beschutting. Enkele platte stukken rots, dood, besneeuwd hout en wat sneeuw zorgt voor een muur aan de ene zijkant. De rots zelf biedt bescherming aan de achterkant (reflectie) en de andere zijkant. Er voor komt een vuur met een reflector daar weer achter.

We hebben nog een uurtje voordat het donker wordt en we besluiten om zoveel mogelijk brandhout te verzamelen, zonder te gaan zweten. Zo blijven we warm terwijl we nog genoeg kunnen zien en hebben we voldoende brandstof om zonder slaapzakken warm te blijven in de nacht.

In de duisternis, bij het kampvuur kokkerelt Boomer de Vis op stok en ik zorg er voor dat het vochtgehalte op peil blijft. Veel warm water/thee.
We wikkelen ons uiteindelijk in de extra lagen die we, waterdicht, bij ons hadden in ons

daypack. Behalve mijn poncho zit er ook nog wat chocola en chocolade melk in. Boomer heeft nog wat salami en mijn PSK (Personal Survival Kit), heeft ook een alu dekentje dat we gebruiken.

We horen stappen in de sneeuw en ik waarschuw Andy: A Moose, terwijl we uiteraard weten dat het Gary en Johan F. zijn die even komen checken. Om de stemming er in te houden reageer ik op de krakende sneeuw stappen: Who let the Moose out, Who, Who Who, Who Who? (ipv who let the dog out… vrij gejat van Ron Hood: much obliged!). Humor meneer Sonneberg….

Om 22.00 kruipen we het dennetaken bed in/op, verwarmd met de geimproviseerd heet water kruiken en warme stenen en onder het ritsel ritsel deken. Na twee uur worden we beiden wakker. We stoken het vuur weer wat op, drinken wat warm water, vullen de flessen weer met heet water, verwarmen de stenen en dit proces neemt een kwartiertje in beslag dat zich om het uur ongeveer herhaalt.

Tegen de ochtend zie ik Boomer zitten slapen op de rest van de reflector, terwijl ik aan de andere kant van het vuur lig. In de ochtend improviseren we wat met ontbijt, thee en beginnen we aan de signalen die de aandacht moeten trekken van de reddingsdiensten.
Het deksel van mijn mess tin gebruik ik als schep om, 200 meter op het ijs, de sneeuw weg te vegen en zo een grote pijl (30 meter) naar ons kamp te creeren. Ook hang ik mijn oranje dry bags op die van grote afstand te herkennen zijn. Dee had een honderd (ofzo) meter verder op haar gele dry bag op gehangen en die was lastig te herkennen van een afstandje.

Met mijn oranje buff over mijn beanie, viel ik op de met sneeuw bedekte ijsvlakte van het meer op “like a turd on a snooker table”.

Terwijl we zo allemaal kleine dingetjes doen om zowel bezig te zijn en onze kansen te vergroten, krijgen we een van de periodieke controles van Johan (F.) en Gary. We nodigen ze uit voor een bakkie heet water/thee en ze zijn nog wat verbaast over ons hoge moraal.

Uiteindelijk moeten we om ongeveer 11.00 verzamelen voor de snowshoe race. Onze roycroft snowshoes worden aan een humoristische jedoch praktische test onder worpen, waarna we Craggy Island weer verlaten om richting Preben’s base camp te keren.

Daar aangekomen bespreken we nog wat we anders hadden kunnen cq moeten doen, welke eventuele uitrustingsaanpassingen we in de toekomst zouden willen doen en wat verder zo ten tafel komt.

Preben trakteert ons op een heerlijke warme douche en sauna, gevolgd door een zalige maaltijd die we binnen gebruiken, onder het genot van enige alcoholische versnaperingen.

Nadat de voorraad bier op is, gaan we over op de port die net als de wijn vriendschappelijk wordt gedeeld met een ieder. Alleen valt die hoeveelheid alcohol wel erg hard en als er dan ook iemand met 75% Rum aan komt, verklaar ik mezelf officieel dronken na “1 nipje” en waggel al giechelend terug naar de Dano waarin we allemaal de laatste nacht door brengen.

Zaterdag nemen we afscheid van de meeste uitrustingsstukken (netjes schoonmaken e.d.) en uiteraard de meeste oude en nieuwe vrienden.

Andy en ik hebben nog enkele dagen over en Jimmy nodigt ons uit om te gaan ijsvissen. Zo’n vriendelijk aanbod slaan we niet af maar mijn slaapgebrek komt me ergens halverwege die visdag inhalen en ik kruip op een zonnig stukje rots voor een paar uur broodnodige slaap, terwijl Andy en Jimmy genieten van het vissen.

De andere dagen wandelen we wat in de omgeving, oefenen in het vuur maken met “fire dogs” (half verkoolde stukken hout, een vonkje, blazen en hee presto: vlammen), firesteel & feathersticks, Staal & Crampballs, Vonken & Draad/Baardmos en genieten van de natuur.

Mijn geslaagde Mors Kochanski imitaties met zagen en hout hakken als oefening werpen ook weer de nodige vrolijke vruchten af en langzaam komt ook voor ons beiden het eind in zicht.

Terwijl we nog genieten van de laatste stukken vers gerookt “White tail deer” ruimen we ons kamp op en zijn we blij dat Preben ons naar het busstation brengt.

Ik vertrek richting Goteborg, Boomer naar Oslo om zo elk weer naar “huis” te gaan.

Wanneer kan/mag ik terug?