↑ Return to Gonewalkabout 2003

Australië: New South Wales 1

Dinsdag 13 Juli – Zaterdag 14 Augustus 2004

Helaas geen foto’s (camera crash)

Vorig reisverslag: Australië; South Australia & Victoria

Volgend reisverslag: Australië; Queensland

Reisverslag

Met de bus van zes uur des avonds uit Melbourne vertrokken om, volgens planning om een uur of zes in de koude ochtend in Dubbo aan te komen. Leuk alleen de ‘main barring’ (wat dan ook) in de motor van de bus was het daar niet mee eens. Net na de grens tussen Victoria en New South Wales, zo om half elf gaf de bus het op.

Als ik het me goed herinner was het om 04.00 dat we in de vervangende bus konden stappen…. ja het is wat afgelegen, dat heb je goed begrepen. Enigzins verlaat dus aangekomen in Dubbo. Dubbo en Bourke… elke Ozzie (en anderen trouwens ook) vroeg zich af wat ik daar in godsnaam ging doen. Er is daar niets, geen ruk, noppes, nada, nul, rien de knots, zero….

Mooi… dat komt goed uit. Tijdens mijn bezoek aan de veemarkt waar de schapen en koei’n worden verhandeld zie ik de honden een beetje aan het werk om de schapen op te drijven. En een oerhollandse Johnny & Rijk dreunen door mijn hoofd: 7.000 koeien…. hoor die krengen loeien…

Mijn ‘Goran Ivanisevic’ baard was er inmiddels af. Werd door enkelen gevraagd “Weet je op wie jij lijkt” (enne Willem; het was niet “Sjakie van Flodder”) en ja ik had dat vaker gehoord…

Na 2 dagen werd het niet Goran maar Indiana Jones… ja een hoed, stoppelbaard en een likkend vlammenspel van de brandende blokken was blijkbaar genoeg voor enkele dames.

Wat ik verder deed daar in de uithoek van NSW (New South Wales): Beetje boekie lezen, paardje rijden, boekie lezen, kampvuurtje, biertje, boekie lezen, biertje, houthakken, boekie lezen, biertje… niet echt vervelend en ook niet echt onwijs spannend maar O zo lekker.

Het kampvuur was nodig… koud daar.. koud als in bevroren kleren van de waslijn halen in de ochtend. Ja het dagelijkse leven gaat door, ‘avonturen’ of niet. Er moet ook gekookt worden, kleren gewassen, bed opmaken e.d Ik vergeet de verjaardag van een vriend…oeps geen internetkaart, geen belletje eeh… nou ja…

De boekenverslinder vertrekt naar de Blue Mountains, Katoomba om daar wat te wandelen. Deze keer niet per pech-bus maar per pech-trein. Nou de trein eigenlijk niet maar die auto die dacht dat ie het op kon nemen tegen de trein bij een spoorwegovergang eigenlijk meer. Gelukkig geen gewonden, slechts hevig geshocked. De trein won deze ontmoeting glansrijk maar we moesten wel een twee en half uur wachten voordat we van de lokale brandweer/politie en medische hulp verder konden.

De druilende regen schrikt me niet echt af. Foto momenten zijn er niet echt enne wie zit er nou te wachten op de ‘Three Sisters’ gehuld in een regenbuitje. De wandeltocht leidt mij langzaam terug het dorp in alwaar ik langs het “Handtasjes museum” kom. Ik loop hier niet te dollen… 400 handtasjes worden tentoongesteld!

In de buurt van Katoomba (2 uur per trein van Sydney), ga ik enkele uren door een van de Jenolan caves kruipen. The Plughole. Gehuld in overall, lamp op de helm, beginnen we met een kleine abseil. Het grottenstelsel varieert van grote kamers tot kruip-door-sluip-door gaatjes, enkele gaten zijn te nauw om mijn machtige tors door te persen dus eenomweggetje hier en daar. Glijdend, lopend, kruipend enb klimmend komen we na enkele uren weer bovenaarde en ontvang ik zowaar een heus certificaat dat mijn bovenmenselijke prestaties uiteenzet 🙂

Moe en voldaan keer ik terug in het hostel alwaar ik mijn kostje kook. Noodles deze keer ipv rijst. Een vroege avond om op in de ochtend een trein te nemen naar Sydney.

De eerste twee dagen is het ‘buffelen’. De ‘sites’ die ik wilde zien waren binnen twee a drie dagen gedaan. Mooi tijd om verder beetje te neuzen.

Ik kan de verleiding om een cafe dat ‘Cheers’ heet te bezoeken uiteraard niet weerstaan. Ik zie daar dat Lance Armstrong wederom de tour wint…niet verwonderlijk want die gozer in het geel wint toch altijd 😉 En ik hoor Radar Love van ‘de Earring’…. huh… vreemd om dat op een Australische radio te horen.

Terwijl AC/DC het overneemt begint de slemppartij die drie dagen duurt. De laatste van die drie dagen ontmoet ik Patrik weer die ik van Alice Springs ken…en het drinken gaat door en door….Gelukkig kan ik Maho nog ontmoeten op een vrijdagavond. Alhoewel die avond teleurstellend verloopt omdat het Griekse bandje teveel tering herrie maakt om elkaar te verstaan weten we voor de volgende dag af te spreken.

Zaterdag ontmoeten we elkaar om een uur of 10 (yep ochtend) bij Circular Quay en we maken een heerlijke tocht door een deel van de stad. Zondagochtend neem ik de bus naar Brisbane, waar ik na 17 uur bussen, zonder benoemenswaardigheden aankom.

Brisbane zelf… ach ja een ‘verplicht’ nummer. Het beste was enorm dronken worden met een ‘stockman/drover’ (‘cowboy’) uit Tennant Creek en uiteraard mijn bezoekje aan de Australia Zoo. Steve was er wel maar ik heb hem helaas niet ontmoet. Steve wie? Steve Irwin… The Crocodile Hunter.. Wel een hoop krokodillen 😉

Afijn na Brisbane op naar Tamworth voor mijn Jackaroo cursus. Paardrijden, schapen en koeien drijven etc. Super!! Eerst ff bij het Leger des Heils wat kleren kopen. Een shirt, trui en spijkerbroek en 9 dollar armer opweg naar Leconfield.

De eerste nacht bracht ik buiten door in een swag bij het kampvuur. Cor zou trots op me geweest zijn want het was gewoon vertieftes koud. De vorst zat in de grond (geen woordspeling bedoel hier), het gras was wit en ik bijna blauw. De overige nachten in de schuur waren niet veel warmer overigens.

Natural horsemanship lessen, werken met een lasso, zweep en schapen werk. Effe sjgaapie sjgaapie worstelen, scheren en een lam castreren. Nou deed ik alleen niet mee aan de castratie. Je bijt namelijk de balletjes af…ja dit verzin ik niet….Dit was zelfs voor mij ff teveel van het goede. Waarom bijten… nou anders kom je er niet echt bij of je moet met ingewikkelde tangen en nog wat handen extra te werk gaan… en dat is niet altijd aanwezig in de AustralischeOutback.

Ook wat werk gedaan met het hek. Palen de grond in jagen, draad reparatie. En de paardrijd lessen gingen tuurlijk gewoon door. De vierde dag was het hoogtepunt met een heuse ‘cattle muster’. Ride ’em in cut ’em out!

Vee drijven. Niet uit een hollandse wei maar uit de bush. Een koe had net een kalfje geworpen en aangezien de nageboorte nog uit haar hing hebben we hen maar met rust gelaten. Nadat we de koeien in een omheining dreven, konden we verder. De kalveren (tijdelijk) scheiden van de moeders. De oudere kalveren scheiden van de jonkies. Sommigen moesten gebrandmerkt worden, een oormerk en een oorlabel. En er moest ook een jonge stier gecastreerd worden.

Worstelen met een kalf is een techniek ansich. Worstelen met een iets oudere stier was iets waar ik me vrijwillig voor aanmeldde. Met mij alles goed.. met de stier niet… het was geen stier meer zullen we maar zeggen.

De laatste dag nog wat paardrij spelletjes en wat draaf en galoppeer werk. Goh en daarna kwam ik tot de ontdekking dat dat brandende gevoel op mijn kuiten werd veroorzaakt door het ontharings proces van het galopperen. Verder eigenlijk geen last van mijn benen gehad.

Wat alleen heel erg balen was, is dat een van mijn memory cards van mijn digitale camera corrupt raakte en ik dus nu 170 foto’s compleet ende totaal kwijt ben. :-(( Alles NA Alice Springs moet ik dus overnieuw doen 😉

Vorig reisverslag: Australië; South Australia & Victoria

Volgend reisverslag: Australië; Queensland