↑ Return to Gonewalkabout 2003

Australië: Queensland

Zondag 15 Augustus – Zondag 19 September 2004

Foto’s Australië; Queensland

Vorig reisverslag: Australië; New South Wales 1

Volgend reisverslag: Australië; New South Wales 2

Reisverslag

Na mijn Jackaroo/Cowboy avonturen in New South Wales (NSW), moest ik wederom een grens overschrijden. Deze keer die tussen NWS en het noordelijke Queensland. In het eind van de winter (met echte kou en nachtvorst enzo) ging ik langzaam maar zeker naar het noorden. Eerst echter een 3 daagse survival cursus in de bush doen.

Niet zo iets van basic bush camping, NEE bikkelen met die handel.. en dan zuiver. Dus geen alcohol, voedsel of slaapzak. Slechts gewapend met kennis en mijn basis kit een 3 daagse training. Twee super instructeurs Nick en Dave, die me technieken en prioriteiten bijbrachten.

Over het algemeen hele simpele dingen. Alleen ze lezen in een boek, zien op video of daadwerkelijk doen zonder bij de warme kachel te zitten, droog met een koud biertje in je hand, dat was andere koek. Enne het was zeg maar Hollands herfst weer…

Voordat we het bos in trokken namen we uiteraard enkele dingen door: bescherming (o.a. diverse types onderkomen en vuur), water en signalen waren hiervan de belangrijkste. De cursus was er namelijk op gericht om GERED te worden. Na wat genavigeer in het bos, kon ik beginnen met het bouwen van mijn onderkomen.

Mijn ‘basiskamp’ werd ingericht met hetgeen het bos leverde en wat ik in mijn ‘PSK’ (Persoonlijke Survival Kit) had.

Uit de kit wat touw gehaald. Uit het bos een hoop forse boomtakken, wat gedroogd gras (ja ik had ook stro/hooi kunnen zeggen) en flinke lading gebladerde takken voor het bed en uiteraard voor isolatie en regenbescherming (hakken met dat mes <eg>, vergeet je zwitserse inklapmesje maar).

Het hout dat ik niet voor de bouw kon gebruiken werd ingezet voor het signaalvuur of het gewone kampvuur of de hitte reflector. Dat laatste is zeg maar een klein muurtje die de warmte van het vuur reflecteerd, zo terug mijn huis in. Moet toch warm blijven gedurende de nacht en een groot vuur vraagt een hoop brandstof en dat kost me een hoop energie om dat bij elkaar te blijven sprokkelen.

Energie, als in eten, dat had ik niet… en de eerste dag moest ik het zien te redden met anderhalve liter water. Met wat gekookt water in mijn kookpannetje en een bouillonblokje dacht ik na over wat ik de volgende dag nog meer zou moeten doen. In het donker rondhobbelen in het bos is vragen om enkel verstuikingen en andere problemen. Nee niet van wilde dieren, alhoewel er wel wat spinnetjes en dingoes in de buurt waren. Er zouden hazen in de buurt moeten zijn…mmmm yummie…

De zon en ik kwamen ende stonden op na een redelijk lekker warme nacht. Ik wist al dat ik nog wat meer milieuvriendelijk werk had om gebladerde takken en struiken uit de grond te rouzen om de wind en regen uit mijn huis te houden.

Je vuur gaande houden, warm en droog blijven, slapen en niet te veel hout (en dus energie) verspillen gedurende de nacht was voor verbetering vatbaar. Reflector en vuur dichterbij mijn hut, zonder de hut of de reflector in de hens te laten vliegen graag 🙂 en het brandhout droog houden en onder handbereik.

Simpel, logisch maar het doen, het ervaren, dat haal je niet uit boeken. En ik geloof toch dat ik aardig wat van die boeken heb verslonden en aardig wat bushkamp ervaring meebracht.

Mijn prachtig gebouwde signaal vuur kon ik niet op tijd (gesimuleerd reddingsvliegtuig) in de fik krijgen, dus aan het farbiceren van betere fakkelS had ik ook nog wat werk. Na het zetten van twee strikken om die langoor/haas achtige dingen te vangen, was het tijd om wat water aan de noordkant van de heuvelrug te zoeken.

Dave liet me zien hoe de ‘truuk met de plastic zak’ (condensatie water) in het echt werkt en zo had ik weer volle flessen… anderhalve liter wederom. Aan de hand van de kaart en het terrein zochten we verder naar een permanentere waterbron. En gelukkig vond ik die ook, volgens mij wist Dave ervan 😉

De wandeling was plezant genoeg en er opgericht om je te laten voelen hoe je je energie verliest, wat er met je lichaam gebeurd en navigatie technieken en wat spoorleeswerk.

Water filteren en koken (1 minuut aan de kook is genoeg… meer is oude info en verspilling van brandstof) een bakkie thee uit de PSK en tijd om terug te keren naar huis. Er was nog werk aan de winkel voor de verbeteringen en ik wilde wat meer reddingssignalen uitzetten.

De dag kwam langzaam tot een eind. De verbeteringen waren doorgevoerd en gedurende de nacht zou blijken hoe succesvol dat was. Mijn lading kampvuur hout was meer dan voldoende en ik viel heerlijk in slaap onder mijn aluminium reddingsdekentje en mijn Driza-Bone jas. Rond een uur of twee begon het zeg maar vaderlands te regenen. Na vieren begon mijn superdak toch echt te lekken op diverse plekken. Mijn vuur bleef echter gaan en ik zat te wachten op wat daglicht om wat te gaan doen.

Nick bezocht me in de morgen en ik zou nu aan de meer zuidelijke kant van de heuvels naar een permanentere waterbron gaan zoeken. Bij het krieken van de ochtend moest ik echter eerst mijn strikken controleren. En ja hoor, er was een hele bijzondere haas terecht gekomen in strik nummer 2. Een naakte haas zonder darmen, blaas, hoofd etc. Echter wel met nieren.

En ik had nog meer mazzel, wederom kwam er een (gesimuleerd) reddingsvliegtuig over en ik was deze keer wel succesvol in het op tijd laten fikken van mijn signaalvuur en produceerde daar, behalve een behoorlijke fik, ook een pracht van een witte rookkolom mee.

Dat dat vliegtuig overkwam was dus mazzel, de fik en het rookgebeuren dat was uiteraard gewoon kunde :-))

Nick liet me zien hoe de grondoven werkt. De haas, gewikkeld in ‘paperbark’ (bast van die gelijknamige boom), werd daarin gelegd en in een uur of 3-4 gaar gestoomd door de warme stenen (deze keer verwarmd door de resten van het signaalvuur). In de tussentijd opzoek naar water.

Slechts kijkende naar het verloop van het terrein, want aan de wilde dieren en hun gedrag kon IK niets aflezen, ook hier toch weer een redelijk permanente waterbron gevonden. Tijdelijk water genoeg want het regende en miezerde gewoon door die ochtend.

Toen we terugkwamen, bezocht Dave ons en ik smikkelde van de haas. Zelfs de niertjes werden verslonden. Ze waren in elk geval lekkerder dan die stierekloten van de Jackaroo cursus.

Een zeer plezierrijke, nuttige en leerzame ervaring rijker bracht Nick me naar Ipswitch alwaar ik een trein naar Brizzie (Brisbane) kon pakken. Vandaar vertrok ik met de nachtbus naar Hervey Bay voor een 3 daagse ‘self drive’ trip naar Fraser Island.

Met z’n achten, zonder gids genieten van ‘s werelds grootste zandeiland. Terwijl we de ‘standaard dingen’ bezochten als Wabby Point en Indian Head, slaagden we er in om geen enkele keer vast te komen te zitten.

Sorry als ik het zeg maar je moet toch wel flink zitten ‘piemelen’ als je daar vast komt te zitten. In elk geval heerlijk beetje bbq’n, bieren en kamperen. Terwijl de anderen in de tenten sliepen, lag ik, deze keer met slaapzak, heerlijk bij het kampvuur.

We genoten van dingoes, pelikanen en hagedissen, naast al die fantastische uitzichten en het wonderlijke feit dat er zoveel groeit op een zandplaat. Na dit uitstapje, vertrok ik, wederom per nachtbus naar Airlie Beach. Ja ik probeerde het nachtleven aan de beruchte East Coast zoveel mogelijk te ontwijken en daar ben ik wel succesvol in geweest.

Airlie Beach, de Whitsundays. Een prachtige eilanden groep waar je schitterend kunt zeilen. Alleen heb je daar wel genoeg wind voor nodig. En alhoewel ik me daar best vermaakte, is er verder niet veel over te melden. Ben benieuwd of die leuke tropische strandjes er een beetje uitkomen op de foto’s.

De enige reden voor mij om de volgende stap op te nemen in mijn reisprogram was een specifieke duik. Townsville, als vertrekpunt naar het in 1911 gezonken passagierschip The Yongala. In de stad bezocht ik zowel hetTropical Museum of Queensland (o.m Pandora… het wrak met enkele muiters van The Bounty) en het Maritime museum (achtergrond info Yongala) wat musea.

Townsville zelf… ach.. en het hostel… nou terwijl ik met twee gasten op de slaapzaal/dorm wat praat, zie ik door het open raam wat naar binnen kruipen. Dat kwam zo van die palmboom af. Nee geen slang of spin, ‘gewoon’ een fikse rat. Krijg nou rood haar dacht ik nog… zit ik weer in Thailand ofzo?

Die ene gozer over de zeik dat die rat over z’n bed heen liep en de ander te perpleks dat dit uberhaupt gebeurde. De rat was slim genoeg om zich uit te voeten te maken toen ik opstond en naar hem toe liep. En ik? Ik was slim genoeg om zijn ontsnappings route niet te blokkeren. Daarna ging uiteraard wel het raam dicht 😉

Vroeg naar bed voor een duiktocht de volgende dag. De boottocht naar de Yongala ging over een ruw zeetje. Twee van de 6 passagiers in totaal hadden daar wat problemen mee en testen de elasticiteit van hun slokdarm met allerlei antiperistaltische samentrekkingen.

Mijn buddy had zowaar een ‘long hose’. En ze was Braziliaans… nou ja ik heb ook altijd pech 😉 Onder meer vanwege respect voor alle 121 overledenen en instortingsgevaar (oxidatie), mag je als duiker het wrak niet meer in.

Nou had ik toch geen buddy voor dat werk dus gewoon twee lekkere rif duiken gemaakt. Prachtig leven op en rond het wrak. Zeeslangen, grote roggen, baarzen, murenes, schildpadden, anemones, koralen en een fikse stroming maakten dit toch twee noemenswaardige duiken.

Na Townsville was het tijd voor Cairns. Een hartelijke ontvangst door Todd. Wie? Todd, een gozer die ik in Egypte heb ontmoet en daar enige tijd mee heb rond gereist. Helaas (en begrijpelijk) had noch hij noch z’n vriendin veel tijd om zich met mij te bemoeien. Ach ik vermaak me wel 😉

Aangezien ik wat tijd moet door zien te komen voordat ik kan vertrekken met mijn volgende luxe uitspatting, werk ik hard aan enkele katers. Op mijn wenkbrauwen kom ik enkele keren terug in het appartement om daar in mijn kamer te storten.

Heerlijk, geen gemeenschappelijke slaapzaal met snurkers!

Voordat ik mij stort op mijn 3,5 daagse live aboard met Mike Ball, bel  ik John (Wie? John, die ik de eerste keer in Borneo, Sabah, Uncle Tan ontmoette), om met hem af te spreken.

Mike Ball, ondanks dat het niets met DIR/Hogarth te maken heeft, ben ik er toch zeer over te spreken. De luxe, de grondigheid van alle briefingen/procedures, de maaltijden, de crew, het duiken (nitrox en alles eigenlijk niet dieper dan 30 mtr… tenzij je een zandduik prefereert), de boot (het schip dus): SUPER.

En ik ben wel wat gewend met alle ‘standaard duik centra’ over de wereld.

En mijn buddy…een duitse gozer die zich wel op het dir/hogarth vlak begeeft… nou humor dus. De duiken maak ik met foto toestel en Ralf en ik komen meestal als laatste het water uit vanwege de “kou” na een uur. Ik leer wat meer over onderwater fotografie van de ‘in house’ video/fotograaf en geniet van haaien, de beroemde ‘Potato cods’, sepia’s, octopussen, steenvissen en nog veel meer waarvan ik niet eens wist dat het bestond.

O, ik heb trouwens Nemo ook gevonden. Dat is toch dat kolere beest dat niet wilde luisteren en eigenlijk gewoon zou moeten eindigen als in ‘A fish called Wanda’ toch 😉

Opvallend is het verschil in de passagiers die toch allemaal goed met elkaar om gaan. De meesten hebben wat geld te veel en er zijn zowaar enkele mede backpackers die hun lichaam en ziel verkopen om met deze luxe prauw met te gaan.

De tocht wordt op gepaste wijze afgesloten door wat te eten (oeps vergeten) en te drinken met Tony, Ralf, Harry en An. De rest van de groep was al doorgereist of had andere dingen te doen.

Na de Mike Ball duikavonturen ontmoet ik John weer. John reist nogal wat af (Borneo, Bali, Fiji, Zwitserland etc.). Gewend aan zelf reizen heeft hij zelf vaak een hoop reizigers in huis. Meestal studenten die in Cairns enige tijd Engels studeren. We kleppen een hoop bij en relaxen wat in een gemeleerd gezelschap van Japans, Zwitsers, Australisch en eeh Nederlands dus.

Een schitterend idee werd daar geboren. Fiji is relatief goedkoop te bezoeken van Australie/New Zeeland.. dat wordt rekenen en prijzen checken.

Maar eerst.. op naar Cape York. Cape York en The Kimberleys, zijn twee zeer afgelegen gebieden. The Kimberleys trip was mijn eerste in Australie, zie het Northern Territory verslag. Mijn Cape York trip waarschijnlijk mijn laatste trip.

Vol verwachting over 4wd, jungle, wildlife etc. stond ik om 05.00 (in de ochtend dus ja!) op om mij naar het verzamelpunt te begeven. Aldaar ontmoette ik de rest van de groep en onze gids. Gezeten in een grote 4wd truck zouden we met z’n 16’n iets meer dan 2100 km afleggen in 6 dagen.

Terwijl het dierlijk leven zich niet zo spectaculair laat zien als ik hoopte, doorkruisen we rivieren, zandpaden, ingestorte ‘dirt tracks’ en bossen. Van de dierlijke onmoetingen waren de python die de weg overstak (waarom deedie dat?), de hele groep wilde varkens, een wandelende tak, wat huntsman spiders (een die in de schemer over mijn voet heen liep) en een ‘file snake’ de moeite waard om te vermelden. De rest was schitterend maar ‘gewoon’. Klinkt blase maar je moet het denk ik gewoon ervaren.

We komen langs verlaten cattle stations, ontmoetten een golddigger die zijn huis bouwde met onder meer 4000 lege bierflesjes, zwemmen in riviertjes en uiteindelijk na een kleine wandeling, staan we op het meest noordelijke puntje van het Australische vasteland.

Een hele leuke groep en een ervaring rijker. Weer iets om van mijn ‘To Do’ lijst af te schrappen. Er blijft echter nog genoeg over. De laatste avond eten we met de groep in Cairns en we drinken wat en we drinken wat en als ik Todd’s verjaardag partijtje in de kroeg probeer op te zoeken is DIE kroeg dicht en hij is mobiel niet meer te bereiken.

Tijgerend op de inmiddels van een laag eelt voorziene wenkbrauwen kom ik terug in het appartement.

Een dag later drink ik nog wat met Ralf die nog/wederom in de buurt was. Harry en An (eveneens van de Mike Ball trip) waren die ochtend echter al naar Brizzie vertrokken. En ik, ik stap die maandagochtend ook op het vliegtuig. Op naar…..

Vorig reisverslag: Australië; New South Wales 1

Volgend reisverslag: Australië; New South Wales 2