↑ Return to Gonewalkabout 2003

Maleisië 3

Maandag 22 – Woensdag 31 Maart 2004

Foto’s Maleisië 3

Vorig reis verslag: Thailand 31

Volgend reis verslag: Indonesië; Sulawesi 2

Reisverslag

Okee 2 uur vanwege het tijdsverschil. FF m’n email gechecked en wat passagiers de weg uitgelegd. Ik kende dit deel van KL nog van mijn vorige bezoek. Eenmaal op het vliegveld… tuurlijk…. Air Asia had weer eens 2,5 uur vertraging….pffff Na ja dat alles accepteer je na al die tijd in Azie toch wel erg gemakkelijk. op naar Lucy’s Homestay in KK.

In KK ga ik direct naar mijn oude hostel ‘Lucy homestay’. Een visum oppikken bij het Indonesische consulaat duurde hier slechts 3 uur ipv 3 dagen in Bangkok!! De dag waarop ik dit probeerde was helaas een nationale feestdag. Tsja, iemand had ergens verkiezingen gewonnen, dus ging alles dicht?!?

Met een dag vertraging dus naar het junglekamp van Uncle Tan vertrokken. Het was een heuglijk weerzien met Lan. Ik had wat dingen bij me die ik voor de kamp staff achter zou laten waar zij meer aan hebben dan ik en mijn bagage werd steeds meer wat het moest zijn ;-}

Ik had deze keer de kampeer module gekozen. Twee canadese meiden die ook al eerder in het kamp waren hoorden dit op de weg naar het kamp en hadden daar ook wel oren naar. De weg naar het kamp was eerst een anderhalf uur met de mini van en daarna nog eens een anderhalfuur ofzo met de boot.

De groep was echter dermate groot en de boodschappen voorraad moest ook die dag naar het kamp. Na de nodige verdeling en herverdeling van bagage en personen kwam alles met 4 boten op de plek van bestemming. Na de briefing voor de nieuw aangekomenen met het programma voor de drie dagen en twee nachten, een  heerlijk diner en een kamer/hut indeling was het tijd voor de safari.

De gebruikelijke avond safari over de rivier was weer een succes. Okee sommigen verwachten waarschijnlijk dat ze net zo dichtbij werden gebracht als een eerste klas National Geographic opname en liepen te klagen dat ze die leopard cats (redelijk zeldzaam) niet goed zagen.

Ja ze moesten hun stadsoogjes ook nog aanpassen aan ‘wildlife spotting’ en van de schrik bekomen. Wat bleek namelijk… in de jungle… daar heb je of bladeren en takken enzo op de grond. Of gewoon… grond. Geen asfalt dus.

En als het dan regent…. precies! dan wordt dat modder. En dat is een schrikwekkende openbaring voor sommigen. De Candadese meiden, Serene en Randa, hadden in de tussentijd besloten om ook de camping module te doen. Goed idee….

Simon, mijn hut genoot vond het ook wel wat en dacht er eens diep over na. In de ochtend zouden we alle spullen pakken en het basiskamp verlaten. Simon besloot 5 minuten voordat ie op ochtend trekking te gaan, toch maar de camping module te kiezen. Hoe meer zielen hoe meer…. ja het klikte goed en er waren geen hypocrieten, zeikerds en leugenaars bij.

Ff helpen met pakken. Tering 4 tenten, 6 slaapzakken, 4 tonnen, 2 zeilen en een hoop lege water flessen en weet ik veel wat nog meer. En ik maar denken dat het lekker basic was….

Dit bleek voornamelijk alleen voor noodgevallen te zijn. Soms regent het namelijk in het REGENwoud. Rrrraarrrr.

Rijkie, sorry, kon je dus niet bellen uit de sjungel. Meer dan een week geen elektriek, telefoon etc.

Afijn, Lan met zijn parang (machete), ik met de mijne (uit Kuching, Sarawak) en de anderen, nog ‘parang-loos’ vertrokken per boot naar het tweede meer om een geschikte plek te zoeken. Elke deelnemer krijgt een parang, ter gebruik en als souvenir. Die van ons zouden de tweede dag komen.

Lan vindt een geschikte plek. Met een mooie vlakke ondergrond en een ‘keuken’ met afwas plek. We beginnen als echte ‘eco volunteers’ als een bezetene takken van bomen af te kappen om een kamp uit de grond te stampen.

Mijn parang en mijn handvat hebben een meningsverschil en halverwege de eerste 6 mtr lange en 15 cm dikke boom is het over en uit tussen die twee. Een handvat dat 90 graden gedraaid staat met de scherpe kant, dat hakt niet echt lekker weg.

Toch weten we voor de regen het kamp op te zetten. Wel voor de zekerheid de camera’s e.d. in een tent onder gebracht. Blaren op de handen voordat de parang techniek blindelings onder de knie was. Verder had ikke een goed idee en dat niet in de praktijk gebracht. Gewoon voor dit soort dingen een waterdichte wegwerp camera (of twee) kopen. Verder mocht van mij alles nat worden.

Het kamp met keuken en heerlijke ‘strechtcherachtige’ bedden, is af. Dat is hard werk om die palen in de grond te jenken zonder moderne hulp middelen. De menselijke hei machine en een boom stronk als hamer voldoen echter uitstekend.

De toiletten zijn een dag later aan de beurt. Er moet tenslotte ook gegeten worden. Dus is het eerst tijd om te gaan vissen. Alle lege flessen verzamelen, 40 cm visdraad met haak ‘deromtoe’ <inside joke> bevestigen en later voorzien van stukken vis. Die vis plukten we letterlijk uit de lucht.

Deze sprong uit het water en in de boot. Nog net niet uit zichzelf op de scherpe kant van de parang, alhoewel dat niet veel scheelde. Mooi die flessen konden dus met aas gracieus het water ‘ingepleurd’ worden.

Tijd om de traditionele fishtrap te checken voor catfish,garnalen en meer. Lan’s fuik was ff geleend door anderen om hun visvangst levend te houden. Okee… nou vooruit maar dan willen wij wel 1 vis als ‘huur’ meenemen. Nog meer aas.

Verder plaatsten we tussen twee stokken in het water een 10 meter lang visnet en oefenden we met het gooien van een traditioneel visnet. Een overvloed aan vis was ons deel. Sommigen wilde Lan bewaren om te verkopen op de markt. Extra inkomsten voor hem en geen bedreiging voor de visstand aldaar. Genoeg aas elke keer. In de avond, voor ons eerste ‘wildernis’ diner, keken we nogmaals het net na.

De ‘witvis’ was voornamelijk goed voor aas. Tilapia (scherpe rugvin) werd wel door ons verorberd. Snakehead fish (Nederlandse naam?) was voor de verkoop en catfish…Simonfish.

Lan, Simon en ik checkten al staand tot aan je mik in het water, het net terwijl de zon ons verliet voor deze dag. Grote vloeken van Simon toen ie een vis uit het net trachtte te halen. Een catfish, meerval is denk de juiste benaming, heeft vlak achter z’n kop, twee prachtige stekels. Een van die stekels vond het nodig om door Simon’s huid heen te boren. Een wondje, pijn, bloed, kloppend handje en schrik waren zijn deel.

We lieten het visnet voor wat het was en gingen terug naar ons kamp alwaar we de nodige eerste hulp bij vis ongelukken toepasten.

Terwijl de dames aan het betere kook werk begonnen en ons kampvuur gaande hielden, Simon een welverdiende ‘break’ nam, gingen Lan en ik het nodige slachtwerk doen voor het diner. Super teamwork. De vis die we wel al uit het net hadden gehaald moest nog worden ontdaan van schubben, ingewanden en leven voordat we het konden grillen, wokken en koken.

In de tussentijd had ik wat grote rooie ogen op de kant ontdekt. Lan gaf niet direct antwoord op welk dier het kon zijn en vroeg wel om de zoveel tijd, om eens die ogen te checken, hetgeen ik alleen uit nieuwsgierigheid al deed.

Vermoeid, na een overvloedig maal, vielen we allen in onze stretcher en lieten we de klamboe haar avond dienst ingaan. Om een uur of 5 in de ochtend keek ik eens naar beneden. Het bed dat op heup hoogte van de grond was, was nu op iets minder dan heuphoogte, boven het water. Flinke regenbuien stroom opwaarts, hadden voor een fikse stijging gezorgd.

Iets meer dan enkel diep, besloten we om dit kamp te verlaten en een nieuwe plek te zoeken. Wadend naar de plaats waar ik de boot had afgemeerd vertrokken we.

Uit voorzorg had ik die avond ervoor al heel zeikerig alle ‘belangrijke’ dingen van de grond gehaald. Nee, een paar fijne rubberen kaplaarzen voldeed niet aan de beschrijving ‘noodzakelijk’, een aansteker of machete wel! De laarzen bleven dus lekker op de kop op de takjes staan (dan kruipen er geen ongewenste bezoekers als schorpioenen in).

We liepen al heel rap alleen in broek (en de dames ook nog met tank top) rond. Blote voeten en ontbloot Tarzan bovenlichaam met bijbehorende vloeibare graan opslag.

Muggen… weinig last van. Vliegen… ja een hoop… en als ik zeg een hoop… dan….Malaria.. ben je gek… die pillen slik ik al een tijde niet meer. Niet om stoer te doen. Nee dat is gewoon vergif voor je lichaam om dat lang achter elkaar te slikken.

Afijn, Lan en ik zochten een andere plek terwijl de anderen de nodige voorbereidingen troffen om te verkassen.

De eerste plek lag lekker hoog van het water, ‘t had alleen een te harde grond, te veel muggen en lag redelijk dicht bij een ‘jungle trail’. De tweede plek was beter geschikt. De keuken lokatie was niet zo mooi maar ja, je kan niet alles hebben. Terug naar het kamp om de eerste lading over te brengen. Op onze nieuwe lokatie eerst ontbijten.

Daarna vertrekken Randa en Lan om zoveel mogelijk van de overige spullen op te halen. Shit, we hadden onze parang nog niet dus konden we niet milieu vriendelijk nog wat bomen uit de grond rauzen.

Na terugkomst van alle bedden, haalden Simon en ik alle, zeg maar ‘fundering’, weg uit kamp 1. Simon loodste de boot bijna tot aan perfectie in de voormalige keuken. Twee 6 meter lange palen, 12 steunen en wat ‘klein’ grut voor het dak enzo haalden we uit de ‘grond’, zodat we niet te veel opnieuw hoefden te kappen.

Door het kamp heen wadend, met een bootje volbeladen, kwamen we in diep genoeg water (kruishoogte) om weer aan boord te springen en naar kamp 2 terug te varen. Daar redelijk rap een verbeterde versie van het kamp opgezet. Het dak was wat hoger, dus wat meer doorluchting, licht etc. Inmiddels hadden we allemaal onze parang.

Heel gevoelig gaf ik mijn ‘swiss army knife’ direct een naam. Mathilda. Ik had enkele dagen daarvoor de complete tekst gelezen van ‘Waltzing Matilda’ in een boek over Australie en vond dat wel een geschikte naam.

Dagen gevuld met, onder Lan’s begeleiding, zoeken naar eetbare wilde varens, moeras varen, rattan (4 soorten), lianen (drinken, touw e.d.) en een hoop vissen. De flessen checken die wegdreven, het visnet, de lijnen die we gespannen hadden.

Op 1 avond was er een groot, GROOT gat in het net….Groot als in krokodillen groot. Weet je nog die rooie ogen waar ik over schreef….. juist.

Later bleek dat er ook een gozer uit het basiskamp met een motorboot en z’n halfdronken knar door het net was heen gevaren. En aangezien het water dermate gerezen was, was er toch nog steeds het krokodillen gevaar.

Nou ben ik niet snel echt bang. Gezond respect enzo voor slangen, haaien (tijgerhaai vorige keer Borneo), trucks en grotten. ‘Crocs’ echter… brrrr. Bruin modderig water, perfecte inderlaag. Als prooi zie je niets, je ‘moet’ door het water om naar je boot te komen,je hangt er half bovenom je visnet te checken…brrrr

In kamp twee tijdens het koken, draai ik me ineens om en meld de rest, ‘hey guys’ een grote varaan. Nee geen komodo varaan, gewoon een 2 mtr ofzo lange ‘monitor lizard’. Sorry ik weet niet eens de nederlandse benaming voor het beest. Hij/zij doet niets maar die vond de vislucht bij het kamp wel aantrekkelijk… Dus die bleef een beetje in de buurt rond hangen.

Tijdens een pluktocht van wilde varens, stuiten we op sporen van wilde olifanten. Die twee lijken overigens niet echt op elkaar. Helaas verder niets. Na een goeie avond bij het kampvuur, maak ik Lan om 6 uur’s ochtends wakker om de visvangst te gaan checken.

Serene vergezelt ons en wij (Lan en ik) dachten dat Simon en Randa gewoon nog wat wilden tukken. Al die lijnen, netten, flessen, opnieuw visaas versnijden en plaatsen aan leeg geknabbelde haken (Mathilda is beter elk zakmes/leatherman of ander multi tool), nam ongeveer 2,5 uur in beslag. En in de tussentijd beetje beppen.

Ja die vissen in het net schrikken niet echt meer van een menselijke stem. Enne waar gaan ze naar toe dan… het is niet als of je in het Hofpark of de Nieuwkoopse plassen aan het vissen bent met een stuk bamboe voor je buik. En redelijk vaak horen we een raar geluid. Olifanten in de buurt. Wilde olifanten.

Lan raakt opgewonden (nee op een andere manier) en we meren de boot af, creeren een nieuw pad met de parang en proberen het geluid te volgen ende lokaliseren. Na een half uur geven we het op. Langzaam terugkerend, onze sporen terugvolgend bereiken we de boot weer. Vlak voordat we aanmeren bij de inmiddels bekende, half onderwaterstaande boom, zegt Lan: “Vertel ze (Simon en Randa waren in het kamp achter gebleven) dat we olifanten hebben gezien”.

Mijn antwoord/vraag: ‘Hoeveel zagen we” (60) zorgde voor wat overeenstemming voor vragen die er zeker aankwamen.

Simon en Randa waren net na ons opgestaan. Wij dachten dat ze heerlijk lagen te tukken. Niet echt vrolijk dus dat ze in het kamp achter bleven…. zeker niet toen ze van de olifanten die we zagen hoorden. De rest van de dag werd wederom gevuld met ‘dagelijkse overlevings’ zaken.

Varen door ‘slootjes’ met kaptein ‘Sereen’, kookgek Lan, verborgen kooktalent en pyromaan Simon, Randa die met alles hielp en ik die nog steeds naar vis ruik.Ze vinden het vreemd dat ik rauwe knoflook eet. Rare jongens die Hollander zag ik ze denken.

Terwijl ik Lan vertelde over een manier om te koken die ik bij Ray Mears leerde, oefenden anderen wat met de parang of lazen wat in hun boek. We zouden die middag het kamp opbreken om terug te gaan naar het basis kamp, twee meren verder.

De hemel breekt open. ECHT open.

We hadden de boot, ons zelf en de kleren al gewassen. We hoopten dat de buitenboord motor genoeg lawaai maakte om de grote zwemmende handtassen uit de buurt te houden. Dit tropische buitje was een extra kans om alles, indien mogelijk, nog schoner te krijgen. Alleen het kamp opbreken moest even gereguleerd worden (geen probleem), om de noodzakelijke dingen toch droog te houden.

Een heerlijke extra douche. Foto’s die voor het merendeel mislukten… je ziet alleen regen en een waas, nee niet voor mijn ogen… We waren klaar met het opbreken van kamp en de regen stopte.

Terug komend bij het basis kamp begonnen we wat te beppen met de huidige bezoekers. Paul, Steffen en Mons (vrijwilliger). Daar kwam de energieke Lan weer om de hoek met een partijtje modder volleybal.

Okee… nadat we dat een half uur ofzo probeerden werd deze sport omgezet in ‘hardcore’ Borneo modder rugby. Blote voeten, een volleybal, twee teams, kleine boomworteltjes, twee doeltjes en een hoop modder. Lachen dus. Zelfs als je je tenen kneust, openhaalt, je heupen voorziet van een prachtige paarse kleur etc. PINKPOP zeg maar 😉

Na ons partijtje helpen we een boot uitladen met houtwerk voor wat nieuwe hutten en weten enkele nieuwe bezoekers over te halen tot een partijtje modder worstelen. Niet iedereen is ervan overtuigd dat dit voor iedere nieuwe bezoeker geldt 😛

De biervoorraad is al snel om zeep geholpen. Over zeep gesproken. Ik wist niet dat je zoveel dingen met waspoeder kunt doen. Ik bedoel, een boot schrobben, de vloer boenen, je lichaam wassen, je haar doen, okee ik heb mijn tanden poetsen (nog?) niet geprobeerd maar ik heb mezelfs laten vertellen dat je zelfs je kleren er mee kunt wassen.

Afijn, ik blijf “Orang Gila” en we hebben het allemaal naar ons zin.

We vertrekken bij het basiskamp en nemen afscheid van de staff, Nick, Basir, Ronn, TumTum en ja sorry ik heb niet iedereen onthouden. Aimin en Lan varen de boten naar de brug alwaar we overstappen in de mini van. Lan vergezelt ons naar Uncle Tan Head Quarters, waar we, na wederom een heerlijke lunch afscheid nemen.

Lan, vriend, bedankt en hopelijk tot ziens!

Okee… de bus was voor de verandering wat laat, slechts anderhalf uur deze keer. Ik had al gereseveerd bij Lucy dus ik hoefde niet in de nacht op zoek naar een ander onderkomen. De volgende dag, 31 maart, bracht ik door met het lezen van 62 email en het beantwoorden van de meeste.

Morgen vertrek ik naar Sulawesi voor een weerzien met Jan en anderen van Island Diving, ‘mijn duikcluppie’ uit Rotterdam.

Vorig reis verslag: Thailand 31

Volgend reis verslag: Indonesië; Sulawesi 2