↑ Return to Gonewalkabout 2003

Australië: Northern Territory

Zaterdag 24 April – Vrijdag 18 Juni 2004

Foto’s Australië; Northern Territory

Vorig reis verslag: Indonesië; Bali 2

Volgend reis verslag: Australië; South Australia & Victoria

Reisverslag

Eind april beland ik in Darwin. Na enkele boeken te hebben gelezen en wat concretere plannen gemaakt over de te nemen route, vertrok ik met enkele anderen op 30 april in een 4wd voor een 9 daagse tour van Darwin naar Broome (West Australia).

De groep bestaat normaal gesproken uit ‘actieve jongeren 25-35 jaar’. En er stapt ‘s ochtends een fossiel (67 jr) in… ongelofeloos. Ze moest nog net niet met een hijskraan de auto in geholpen worden. Nou dat zou wat worden. Ik zat achterin met Thomas, een duitse gozer die in hetzelfde hostel verbleef. Het eerste dat dat gebakkie zegt tegen ons, is of er iemand duits spreekt. Thomas zwijgt erg goed in het duits. De rest van de groep bestaat uit nog een oud gebouw (ergens vorige eeuw geboren) en 5 engelse meiden.

De eerste dag lopen en zwemmen we in Edith Falls  (oeps tikfoutje in de naam) van Nitmiluk park (voor de blanken ‘Kathrine Gorge NP (National Park)’. De af te leggen afstand in het totaal die 9 dagen was zo’n 2000 km. Ja best groot dat landje daaronder.

De bejaarde kadavers beginnen te klagen over het gebrek aan een wegdek (Gibb River Road is een ‘dirt road’), de muziek, het volume en het feit dat we ook nog praten terwijl er toch muziek is. Nou het ene ‘ouwetje’ ziet bijtijds in dat dit eigenlijk een rit voor jongeren is en past zich aan.

De Kathrine Hot Springs vind ik zelf niet echt bijzonder. Het landschap slaat me met veel moois om de ogen. De ‘grumpy old bitch’ past zich niet aan in de tussentijd en we weten haar te lozen. Ze verziekte de hele sfeer en zelfs ik kwam bijna tot ontploffen toen ze klacht X had verzonnen.

Ze kon niet de auto normaal in of uit, ze verstuikte haar dikke worstebeentjes al als ze alleen maar zou denken aan de wandeltochten die we deden. Ze zat dus eigenlijk alleen maar in de auto, stak haar snuit in haar trog en stak verder geen varkenspootje uit om te helpen met het kamp, het eten of de afwas.

De tweede dag vermaakten we ons op en in Lake Argyle. Een party bbq, zwemmen, kampvuur en enkele eenvoudige kouwe biertjes. Wat zou een Ozzie zonder Esky (koelbox) zijn.

De nachten werden doorgebracht in swags. Zeg maar een matras met slaapzak en canvas overhoes. Na het meer vertrokken we naar Purnululu, de aboriginal naam voor Bungle Bungle NP. Vier schitterende wandeltochten en een zeer indrukwekkende helicoptervlucht.

Een helicopter zonder deuren, wel met gordel uiteraard. Helaas hadden de batterijen in mijn camera hoogtevrees want na 2 foto’s hielden ze ermee op. Enne reservebatterijen die ik altijd bij me heb… die mochten niet mee naar boven. Al het losse materiaal moest uit broekzakken etc.

De ouwe zeur, ze deed me aan Tante Annie denken, hebben we na Bungle Bungles kunnen lozen. Nee ik heb haar niet uit die helicopter geduwd. 😉

Muzikaal gezien ging het erg sociaal in de jeep. Thomas en ik hebben onze voorkeur uit het aanwezige repertoire maar niet laten horen aan de dames. Ze waren het niet zo eens met AC/DC, Midnight Oil of Van Halen.

Dus vermaakten we ons met Ozzie classics als ‘Toss another shrimp on the barbie’, ‘Tie me kangaroo down sport’, ‘my boomerang won’t come back’ het tragische verhaal in “A pub with no beer” en uiteraard “WaltzingMatilda”.

Dagelijkse klim en klauterpartijen, zwem en waterpret in watervallen (geen ‘salties’ =zoutwaterkrokodillen = een grote gevaarlijke hagedis met tanden).

Er waren nog 3 rivieren die we moesten oversteken. De weg stond nog een beetje onderwater. De meetlat gaf tussen de 70 en 80 cm aan. Gelukkig hadden we een snorkel op onze Landcruiser (erg DIR voor 4wd’s <eg>)

Vanuit het dierenrijk werden we getrakteerd op Brolga’s (soort kraanvogels), Bush Turkeys, Wedge Tail Eagles, stick insects, butcherbirds en uiteraard skippies… Een dooie wallibi (road kill, eehh verkeerslachtoffer) werd om 05.28 in de ochtend door 6 dingo’s verwelkomd als ontbijt… toen ik het raampje opende om een beetje foto te maken kwamen er niet erg smakelijke aroma’s de jeep binnen.

De nachten begonnen vroeg… kampvuur…. en eten en bieren tuurlijk. Beer ‘o clock en dan je swag in om van de sterrenhemel te genieten. Om een uur of 5 kwam de zon op… machtig mooi. We naderden Derby, het eind van de Gibb River Road. Hier hadden we nog wat extra Aboriginal cultuur en historie.

Ik zal jullie niet veel proberen lastig te vallen met de Aboriginal cultuur en historie, aangezien dat erg complex is en er veel zijden zijn aan de verhalen. In Broome verblijf ik slechts enkele dagen voordat ik terug vlieg naar Darwin.

Ja ik kon 32 uur bussen voor 268 A$ of nog geen 2 uur vliegen voor 208 A$ 😉

Een van die dagen werd ‘s ochtends doorgebracht met een aboriginal guide op een ‘bush tucker and medicine walk’. Ofwel, voer en medicijnen uit het wild. Planten die vissen verdoven (vergemakkelijkt de vangst), anti muggen spul (sandalhout), ‘abortus’ vruchten/pillen en speerwerpen.

Aangezien het aan de zee ligt werden de mossels en kokkels in het kampvuur gekeild en later heerlijk opgesmikkeld.

In Darwin plan ik mijn tocht naar Kakadu NP. Aangezien geen enkele touroperator doet wat ie zou moeten doen in mijn ogen, besluit ik eerst zelf te gaan. Met de bus en dan wat rondbanjeren. Ook hier weer eenbushtucker/medicine walk. Een ander gebied, dus andere planten en dieren.

Patsy, de aboriginal gids was van grote klasse. Ze liet veel zien en vertelde op haar manier over haar cultuur. Later bleek dat ze het jaar ervoor de ‘gids van het jaar’ trofee had gewonnen. Die had ze echter niet opgehaald omdat er op dat feestje ook gedronken werd en ze had een hekel aan alcohol. Ze zag wat dat deed met haar volk……

Een andere dag breng ik door in Arnhemland. Hier zie je nog meer en van veel dichterbij de Aborinial rotsschilderingen. Het landschap is anders. Simpel de ‘East Alligator River’ oversteken (40 cm water) en je zit in Aboriginal land, waar je een vergunning voor nodig hebt. Niet veel toeristen dus…..

In Kakadu sterft het echter van de salties (zoutwater krok’s… max 7 mtr hagedis….. dat vind ik groot….) dus echt zwemmen… nee dank je. Waar het ook van jeukt… muggen… kolere. Niet leuk meer. In een onbedekt moment zag ik drie verschillende soorten muggen op mijn arm zitten. Die hufters steken gewoon door je overhemd heen… hallo ik ben niet in Zweden ofzo hoor… dat is niet de bedoeling. Mijn rug leek al snel op die bekende klokkejoekeloerus van de Notre Dame.

Wat er ook goed gedijt in de rivieren is Barramundi. Een van de gasten in het hostel weet een flinke knaap aan de haak te slaan. Ik denk dat er 9 personen een goeie maaltijd aan hadden. Later keer ik georganiseerd terug naar Kakadu om de ‘standaard’ dingen te bekijken. Rotstekeningen, panorama’s en krok’s. Grote kroks mag ik wel zeggen.

Nee tuurlijk geen 7 mtr. Als je in een 3.75 mtr aluminium bootje zit en die krok is groter dan je bootje…dat is voor mij groot genoeg hoor…..Het hoogtepunt hier was een ‘Bark’. Een zwartvoet rots wallibi. Ik spotte haar op 10 meter afstand van me, met Joey in haar buidel. Toen ik de gids erop wees, gebaarde hij me om stil en voorzichtig te zijn. Ik reageerde er maar niet op. We waren een bevoorrecht getuige om deze ‘little beauty’ (Steve Irwin toon er zelf bijdenken) zo’n 8 minuten gade te slaan. Een prachtige zonsondergang was een goed slot van die dag. Vermoeid keerden we terug naar ons kamp.

Ik verlaat Darwin per McAfferty/Greyhound bus naar Kathrine om een dagje te kanoen in mijn uppie. Heerlijk mijn hangmat meegenomen en wat beefjerkey, noten, gedroogde vruchten en een waterfles. Mijn lunch was fantastisch. Al was het alleen maar aan die 2 gezichten van anderen die langs kwamen peddelen.

Wederom met het openbare vervoer, vertrek ik naar Tennant Creek. Vanuit hier bezoek ik Karle Karle (de ‘Devil’s Marbles’) en doe ik… juist nog een bush tucker/medicine walk.

Althans, dat was de bedoeling. Op Kraut Downs (een bijnaam die is blijven hangen vanwege de duitse eigenaar) komt een van de ‘knechten’ langs om het hek langs hun grond te controleren. Hij vraagt of ik met Han (een medicijnen student) achterin de truck wil springen om mee te gaan. Dan laat hij onderweg de bushtucker/medicine zien, ipv een korte wandeltocht.

Dit laten we ons geen twee keer zeggen en we springen als volleerd ‘jackaroos’ en ‘bushies’ achterin. Aangezien er niet veel te doen is in Tennanct Creek voor avond vertier, besluit ik om een ‘bush poetry’ avond te bezoeken. Gedichten en verhalen vanuit het verleden, rond een kampvuur. En achteraf… meer info overbushtucker/medicine. Ik kan er zo mee op tv 😉

Witchety grub (larve van een mot) uit de kolen is erg lekker moet ik zeggen 🙂

Ik had mijn bus naar Alice Springs al geboekt anders was ik wellicht langer gebleven in Tennant Creek. Alice Springs. Voor veel mensen is dat synoniem met Uluru (Ayrer’s Rock).  Ja ach, ongeveer 500 km verder dus.. vlakbij.

Ik doe de ‘verplichte’ 3 daagse tour en bezoek Uluru, Kata Tjuta en Watarrka (Ayer’s Rock, The Olga’s en Kings Canyon). Voor we daar zijn hebben we een mooi uitzicht op Atila (Mt Connor) waarvan bijna iedereen denkt dat dat Uluru moet zijn.

Het blijft gelukkig redelijk droog. Ja woestijn… dag… het heeft ongeveer 10 dagen geregend. Bijna alles is groen. En koud. De europese zomer is hier winter.

Twee nachten in swags en uiteraard een goed kampvuur… nee ik ben geen pyromaan. Bewolkte, winderige dagen en vochtige nachten, niet alleen door het bier.

Ik koos ervoor om uit respect voor de Aboriginals ‘The Rock’ niet te beklimmen. Voor hen is het een heiligdom en ik zou ook niet gaan staan strippen op het altaar in de Sint Pieter of tegen de Klaagmuur aan gaan staan z#$ken (alhoewel…)

Qua voedsel hebben we weer geluk. De groep verklaart mij voor gek als ik samen met Ben een rauwe Witchety Grub verorber. Na walging wint hun nieuwsgierigheid het. Hoe smaakt het? Echt? En kriebelt die niet als je hem bijt? Enkele anderen wagen zich erook aan. Later iedereen zelfs aan een stukje ‘gebakken larve’.

Een dag terug in Alice om de was te doen en daarna terug de relatief ongerepte woestenij in van de James Ranges. Deze keer gezeten in het zadel, op de rug van een kameel. Okee dromedaris. En ik denk even aan wat Heao klasgenoten die mij toendertijd niet geloofden. Deze waren tam, er lopen ongeveer een half miljoen wilde camels rond. En ze exporteren ze naar …. Saudi Arabie, De Emiraten etc….

Mijn ‘camel’ voor de 5 dagen is de grootste. Zijn naam… Thumper (Stamper). Ja ik heb dit niet verzonnen….Thumper… nou hij bleek mishandeld te zijn en dan probeerde hij met zijn voorhoeven zijn berijder neer te malen en er op gaan staan stampen. Leuk…. fijn…. en daar moet ik op… dank u…

Ik was er niet gerust op en toch weten we alle vijf redelijk rap te manoeuvreren op onze rijdieren. Ze zijn nog erger dan olifanten. Als je ze de kans geeft dan eten ze….en eten ze… en eten ze…. Dus af en toe ff met de zweep en een bemoedigend “walk up” en ja hoor … het werkt….

De dieren waren niet achter elkaar gebonden dus je moest zelf ‘sturen’. Andere safari’s.. dan loop je naast je ‘camel’ en draagt hij je last. Ja dat schiet niet op dus. Ook hier werden de nachten onder de blote sterrenhemel doorgebracht. Gelukkig geen wolkendekens zoals de Uluru tocht maar zonnig overdag en helder.

Enne ja er waren ook enkele kampvuurtjes. Een schitterend afgelegen gevoel, aboriginal rotskervingen, wilde dieren en nog veel meer dat zich niet eenvoudig laat samenvatten op ‘papier’. Inmiddels ben ik terug, met zadelpijn, in Alice Springs. Ik tik me het leplazerus aan het beantwoorden van mail en dit reisverslag.

Ik ben weer even herinnerd dat er meer is dan de lucht van ‘camel’ en kampvuur die ik zelfs na de eerste was beurt niet uit mijn kleren heb kunnen krijgen. Met een gozer uit Adelaide die ik in een kroeg ontmoette, ja je kan niet altijd in de bush zitten, zijn we naar de Alice Springs-Finke desert race gaan kijken.

Een dikke twee honderd km race door de woestijn over een dirt road…en die jongens gaan hard met hun buggy, 4wd of motor. Ik schiet een hoop plaatjes en met veel mazzel heb ik van de 20 pogingen, zowaar 3 afbeeldingen met de auto’s erop.

Midden in de nacht opstaan om Duitsland-Nederland te kijken. Dat werd hier om 04.15 uitgezonden. Alleen…geen alcohol na 01.00… dat is wel raar hoor een wedstrijd kijken zonder biertje in je hand.

Vrijdag 18 juni vertrek ik vroeg naar Adelaide. Een driedaagse rit waar ik waarschijnlijk weer pas mobiel bereikbaar ben op een zondagavond (dit als excuus en reden voor al die gemiste telefoontjes… sorry).

Vorig reis verslag: Indonesië; Bali 2

Volgend reis verslag: Australië; South Australia & Victoria