↑ Return to Gonewalkabout 2003

Indonesië: Java

Maandag 25 Augustus – Donderdag 25 September 2003

Foto’s Indonesië; Java

Vorig reisverslag: Singapore

Volgend reisverslag: Indonesië; Bali 1

Reisverslag

Na midden in de nacht aangekomen te zijn in Jakarta besloot ik om maar ff een paar uur op het vliegveld te tukken. Een taxi naar gesloten deuren om 03.00 zag ik niet zitten en de bus reed nog niet. Dus ik installeerde mij fijn op een houten bankje, legde mijn kanis op mijn rugzak en mijn hand heel naturlijk en veilig gelijk Al Bundy op mijn moneybelt met mijn waardevolle spullen.

Ondanks de houtenbank, muggen en andere lastig rondwervelende taxi touts weet ik toch nog een 2,5 uur te tukken. In Jakarta installeer ik mij in diverse hotels/losmen/hostels. Nee niet tegelijk tuurlijk. Alhoewel…mijn rugzak staat in de ene kamer en die zie ik vaak soms pas als ik daar ‘s middags terugkom.

De eerste dag werd ik al direct ontdekt door talentenjagers voor de Indonesische film “Eiffel, I am in love”. Ofwel, ze hadden wat westerse gezichten nodig om als voorbijgangers te fungeren. Op de set nog wat andere backpackers en een keer of 13.003 heen en weer lopen. Mijn rugzak met mijn mascotte aap is vaker in beeld dan ikzelf denk ik 😉

De dag leverde een hele 100.000 Indonesische Roepiahs op… zeg maar een tientje…. in euro’s dus. En verder eten en drinken. En ik ontmoette Maria, een duitse die op weg was naar Kalimantan. Dus die dag was meer dan de moeite waard 😛 Ik vul de overige dagen in Jakarta met het bezoeken van Taman Mini, Sunda Kelapa en andere delen van de stad. En vooral met Ika 😉

In de tussentijd Ben ontmoet. Een Deense gozer die wat dezelfde interesses had. Na wat dagen in Jakarta te hebben opgetrokken, belanden we in Bogor alwaar we de Botancial Gardens bezoeken. Hier blijkt voor de eerste keer buiten Jakarta dat internet verbindingen in Indosia niet altijd beschikbaar zijn….iets wat me veel overkomt in de gehele eilanden groep.

Ben en ik hadden het plan opgevat om samen een 6 dagen en 5 nachten door de jungle van Taman Ujung Kulon heen te trekken. Een reservaat dat onder bescherming van het Wereld Natuur Fonds staat. Kans (KANS=erg klein) op luipaarden, neushoorn en nog wat vaker voorkomend wild.

Zo gezegd, zo gedaan. We vertrekken vanuit Bogor naar Labuan. Eerst met een grote relatief luxe bus. Met die grote westerse lijven hadden we op de achterbank 3 plekken in beslag en konden onze voetjes heerlijk laten rusten op wat dozen die voor ons stonden. Terwijl we ons geestelijk klaarmaken voor een 6 a 8 uur durende busreis, worden we bij de stops op de tolwegen vermaakt door aan en van boord springende straatmuzikanten (busmuzikanten dus), water-, snoep- en fruitverkopers.

En ineens moeten we overstappen. We belanden in een mini busje. We persen ons op een bankje en Ben probeert met zijn rechterarm uit het raam, video camera in de hand wat opnames te maken. Met grote regelmaat komt de arm (met camera) naar binnen om amputatie door tegemoet komende bussen en vrachtwagens te voorkomen.

Het toeteren neemt andere vormen aan hier. Je schijnt niet zo erg schuldig te zijn als je dan bij een ongeval betrokken raakt want je hebt toch duidelijk gewaarschuwd dat je eraan kwam. Lees: je rijdt een voetganger voor z’n flikker.

Eenmaal in Labuan aangekomen zijn we blijkbaar een hele bezienswaardigheid. De enige 2 Boele Boeles (Westerlingen/Blanken). Van groot tot klein wordt er druk engels geoefend. Hello mister, where are you from, how are you….

Tussen alle bedrijvigheid door installeren we ons in een hotel. Vreemd hier. Ze krijgen minder toeristen, dus gaat de prijs omhoog. Ja anders haal je je inkomen niet. Nou deze praktijk zorgt ervoor dat er niet veel andere toeristen zijn uiteraard.

Na wat informatie inwinnen over het park, de gids, vergunning e.d. denken we de hele trip te kunnen doen voor een anderhalf miljoen. De plaatselijke middenstand wilde ons een driedaagse trip verkopen voor zo’n 4 miljoen…. toen we e.e.a uitlegden bleek een van hen al snel terug te komen tot 1.650.000. Nou oke… voor dat kleine extra bedrag wil ik de locals wel steunen.

Mister Budiman met zijn maatje Pardi, Ben & ikke laden onszelf in een 4WD busje temidden van de dorpelingen om een 4 uur durende trip naar het laatste dorp met toegang tot het reservaat te gaan doorstaan. Het busje vertrok toen we vol waren…. vol in mijn westerse ogen. Hier betekent dat dat er nog wel 8 schoolkinderen binnen kunnen zitten en nog wat meer op het dak.

De schoolgaande meisjes (zo tussen 9 en 12) giechelen heel wat af en proberen hun engelse woordenschat te vergroten. Hun engels is net zo beperkt als mijn kennis van het Bahasa Indonesia. Ondertussen ontstaat er een race met 2 andere busjes die de zelfde bestemming schijnen te hebben. Passagiers oppikken, laden en lossen van dozen, alles gebeurd in een razend tempo.

Ineens VOL in de remmen om de plaatselijke collega van Willem (een mede sherrif dus) even 5000 Roepias toe te schuiven anders komen we niet verder. Bij elke stop giechelen de meiden die uitstappen….”bye mister”… een enkeling voegt daar aan toe “I love you”…..

De race hebben we helaas niet kunnen winnen. Met de tweede plek moesten we genoegen nemen. Het busje mindert vaart….het komt zelfs tot stilstand. Vlak voor een brug. Een soort wegversperring…. nee he…umleitung of nog erger zeker…..

Nee… langzaam kruipt het busje de brug op en stopt weer. Ik kijk nieuwsgierig uit het raampje naar beneden. Ik kijk recht door de brug heen. Direct naast mij is simpelweg een gat van 1 mtr bij 2 mtr. Tergend langzaam draaien de groete wielen verder en abrubt wordt er opgetrokken om de verloren tijd in te halen.

Niet lange tijd daarna wordt de weg echter iets minder goed. Lees hier een zand, rots, klei en kei weg met hier en daar geen kuil.

Mr Schumacher verandert zijn rijstijl echter. Waarschijnlijk niet voor het comfort van z’n passagiers maar meer om de levensduur van z’n voertuig te verlengen. Heel rustig en beheerst brengt hij ons verder naar Tamanjaja. Hier kruipen we vroeg onder de klamboe om ook vroeg weer te kunnen beginnen.

‘s Ochtends stappen we via uitgeholde boomstam kano over op een iets groter bootje dat ons zal droppen in het reservaat. Ongeveer een kilometer van de kust springen we overboord om naar de kant toe te waden door het water dat op kruishoogte kabbelt.

Ben en ik wachten op onze begeleiders met voorraden. Alles wordt verdeeld en Ben trekt voorop, kapmes in de hand, het goed zichtbare pad  in (een beetje een Old Shatterhand ziet dat direct).

In een redelijk rap tempo trekken we door het oerwoud heen. ’s Avonds kramperen we op de rand van bos en strand. De dag erop hebben we een 8 uur durende tocht voor de boeg volgens onze gidsen. En het was me daar een partij warm…. dus om 7 uur vertrekken we. Ben en ik stiefelden aardig door. Mr Budiman haalt ons op een gegeven moment echter in en valt op het zand ineens op z’n knieen…om te pissen. Dit duurde allemaal te kort om het met camera vast te leggen. Na 4 uur “kuieren” blijken we op de kampplaats van die dag te zijn aangekomen.

De begeleiding stort uitgetelt ter aarde. Het verlaten ranger station zorgt voor een afdak en een bamboebed. Muskieten net opgehangen en ff de genieten in het riviertje. Zo alles is weer schoon….. Ben ontdekt sporen vaniets wat lijkt op een grote katachtige. Zouden we mazzel hebben en een luipaard in de buurt hebben???

Terwijl ik mijn klamboe ophang lijkt het wel of het dakt lekt en het begint te regenen. 2 Druppels…ik kijk omhoog en zie 2 scherpe tandjes van een klein vleermuisje, zo’n halve meter boven mijn hoofd. Mooi…die houdt de muggen wel op een afstandje denk ik…en als dank doet ie nogmaals z’n behoefte op mijn onderarm.

Na de siesta zijn onze kleren wel weer droog en we krijgen van Hati Hati (Voorzichtig/Pas uit/Kijk op) Budiman zowaar toestemming om zonder begeleiding een kleine wandeling te maken. We vertrekken en we horen nog: kijk uit voor slangen en voor het donker terug. Ben en ik roepen in koor: JA MOEDER….. en we vertrekken.

Echter waar we naar toe willen, daar is geen pad…. we waden dus voor het grootste deel door de rivier. Apen, adelaars, varanen, pauwen en sporen van herten en buffels zijn, naast de uitbiuundige begroeing onze beloning.

Moe, vies en voldaan komen we weer terug in het kamp alwaar de begeleiding wat verschrikt op kijkt als we ons verhaal doen.

Die nacht worden we getrakteerd op een tropisch stormbuitje. Het afdak boodt weliswaar genoeg bescherming tegen het neerkomende hemelwater maar niet tegen de wind. We trekken onze kleren aan en ik til een laag van het bamboe bed op en creeer zo een windschermpje. Met dit soort luchten laten we ons plan varen om de drinkplaatsen om 04.00 ‘s ochtends te bezoeken.

Het volgende traject duurt officieel 3 uur en we trekken door veel minder met plastic bedoezelde bossen heen waar we wilde zwijnen, honden, hertjes en gevogelte doen opschrikken. Na anderhalf uur komen we uiteraard op onze bestemming aan. Dus moesten we anderhalf uur wachten op de boot om ons naar het eilandje te brengen.

Na deze jungle tocht bussen we in 1 dag door naar Bandung. Hier brandt ik zonder problemen mijn foto’s op een cd en ik tracht Ben te assisteren met zijn camera. Die canon ixus v3 is wat vervloekt in die dagen. Met geen mogelijkheid krijgen we de afbeeldingen op CD. Na lang zwoegen lukt het uiteindelijk…. pfff geef mijn mijn Olympus cameraatje maar.

Na Bandung treinen we op naar Yogyakarta (Yogya) vanwaar uit we Borubudur en Prambanan tempel(s) bezoeken. Ook brengen we een bezoek aan het Ramayana ballet. Verder een bezoek aan de plaatselijke markt waar we betelnoot uitproberen….. dat was niet voor herhaling vatbaar. Een rooie bek voor de rest van de dag was mijn deel 😛

Uiteraard bewonderen we nog meer plaatselijk schoons en mijn emailadressenboek wordt exponentieel voller. Ben en ik gaan zo leuk uit elkaar…jammer dat we geen video daar van hebben. Wellicht zien we elkaar weer in Sulawesi. Ik vertrek naar Jos. Even een korte uitleg. Jos is een vriend die ik ken van de handbal. Woont al een jaar of 6 in Java en is getrouwd met Lia.

Ik werd opgehaald van het treinstation en rondgeleid door de vlindertuin en krijg uitleg over het reilen en zeilen van diverse landbouw/tuinderij zaken. Ja dat “Westlandsch” bloedt dat door de ad’ren vloeit.

In “Rumah Van der Knaap” stelt Jos voor om een ‘bakso’ te eten. Dit wordt door hem steevast als ‘bakzooi’ aangeduidt en dat is eigenlijk best een goeie beschrijving.

Even later gaan we eten krijg ik te horen…. Pardon…. wat  heb ik net gedaan dan…. o dat… dat telt niet….Na 2 zware dagen val ik in het overheerlijke gastenbed in slaap. Na het opstaan volgt een ontbijt. WAT ZIEN IK…. KAAS…. NEDERLANDSE KAAS…..

Na 4 maanden laat ik het me goed smaken. Op mijn vraag of de rest van de familie die ook eet, antwoordt Jos, zonder een ogenblik na te denken: “Dat krijgen ze niet” en een bekend gegrinnik volgt. We bezoeken het nieuwe huis dat in aanbouw is. Ik maak wat foto’s zodat Frank als architect ook een beetje op de hoogte blijft hoe het vordert.

Een mooie route voert Jos en mij naar Jambit. Een berg waar op er onder andere paprika’s en wortels worden geteelt. Zowel onderweg als op de berg geeft Jos uitleg over de landbouw zals die hier plaatsvindt. Rijst, cacao, koffie, suiker, trakhout, tabak e.d. passeren de revue.

Hout (bomen dus) die bijvoorbeeld soms tussen de koffie staat dient als extra schaduw voor de koffieplant in de droge tijd en uiteraard als veevoer en brandhout. Zo is nagenoeg alles multifunctioneel. Op zo’n 1500 meter hoogte is het toch een vreemd gezicht om “Westlandse kassen” te zien…zo’n 12-15.000 kilometer van huis. Nachtvorst zorgde 2 weken geleden nog voor fikse schade aan enkele gewassen.

De vlakte op de berg lijkt op een Afrikaanse savanne waar Jos me met de auto trakteert op een Paris-Dakar/Camel Trophy achtige tocht. De dag erop spring ik achterop een motor en wordt ik over een soort van pad, naar een vulkaan gebracht. Kuilen, scheuren, zandplaten, rotsblokken, grastakken ontwijken gaan we onder sommige voor mijn bestuurder lang niet zo laag hangende takken door als dat voor mij het geval is. Ik speel op tijd voor schildpad en trek mijn hoofd in.

Ik spendeer een korte en leuke tijd bij Jos en Lia en vertrek richting Bali, Denpasar als aankomst plaats om precies te zijn.

Vorig reis verslag: Singapore1

Volgend reis verslag: Indonesië; Bali 1